De Chinese geneeswijze, waar acupunctuur en de Chinese kruidenleer onderdeel van uitmaken, is al eeuwenoud en heeft zich inmiddels over de hele wereld bewezen voor een groot aantal klachten en ziektes. De Chinese geneeswijze heeft een andere kijk op ziekte en gezondheid, dan wij gewend zijn in het Westen. In het Westen hebben we een wetenschappelijke medische aanpak, die op een aantal gebieden, zoals chirurgie, goed werkt.
Toch hebben tal van patiënten het gevoel dat de behandeling zich beperkt tot het bestrijden van de ziekte en de symptomen. Bovendien heeft de Westerse geneeskunde voor tal van 'vage' klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en lusteloosheid geen bevredigende oplossing. In de Chinese geneeswijze is het uitgangspunt holistisch en wordt ziekte niet gezien als een fenomeen op zichzelf, maar eerder als een uiting van een verstoorde energiebalans. Het gaat om het welbevinden van de mens als geheel.
De acupuncturist of herbalist behandelt niet alleen de symptomen, maar zoekt ook naar de oorzaak van de disbalans, zodat het probleem bij de basis aangepakt wordt.
Een belangrijke grondgedachte van de Chinese geneeswijze is, dat mensen constant in interactie staan met hun omgeving. De constante veranderingen die mens en natuur ondergaan, zoals dag en nacht en de seizoenen werden herkend door uiterst nauwkeurige observatie van de mens en de natuur, en uitgedrukt in begrippen als Yin en Yang, en de Vijf Elementen. Een centrale rol speelt de term Qi, vrij te vertalen als 'levensenergie' waarvan alles in de natuur doordrongen is, en welke als de drijvende kracht en motor in alle natuurlijke processen wordt gezien.